De Raad van State fluit de wetgever terug over de terugwerkende kracht bij coronaontslagen

Eerder berichtten wij u in onze blog met het artikel ‘Een werknemer ontslaan tijdens COVID-19: de wetgever grijpt in met terugwerkende kracht’ over de rem die de wetgever wilde instellen op de corona ontslagen.

Op 5 mei 2020 keurde de Kamercommissie Sociale zaken het wetsvoorstel goed tot opschorting van de opzeggingstermijn voor ontslagen gegeven tijdens of voor de corona crisis.

De wetgever wilde met dit wetsvoorstel vermijden dat werkgevers misbruik zouden maken van het systeem door in deze periode werknemers te ontslaan. De opzeggingstermijn liep gewoon door tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid wegens overmacht, waardoor de kost van de opzeggingstermijn ahw op de overheid werd afgewenteld.

Zoals besproken in ons vorig artikel was het bijzondere aan dit wetsvoorstel dat de wetgever er terugwerkende kracht aan verleende.

De Raad van State heeft nu geoordeeld dat die juridische retroactiviteit niet aanvaardbaar is. De terugwerkende kracht kan namelijk enkel worden verantwoord als ze noodzakelijk is voor de verwezenlijking van een doelstelling van algemeen belang.

Op 11 juni 2020 werd uiteindelijk de definitieve wettekst aangenomen in de Kamer, ditmaal zonder terugwerkende kracht.

De wet trad in werking vanaf de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad, op 22 juni 2020.

Opzegging met aangetekende brief verstuurd voor 1 maart 2020:

De wet heeft geen invloed op opzeggingstermijnen die reeds lopende waren voor 1 maart 2020. Deze opzeggingstermijnen worden bijgevolg niet geschorst en blijven gewoon doorlopen.

Opzegging met aangetekende brief verstuurd na 22 juni 2020:

Wie door de corona crisis tijdelijk werkloos is en wordt ontslagen na de publicatie van de wet in het Belgisch Staatsblad, behoudt zijn volledige opzeggingstermijn.

De aanvang en looptijd van de opzeggingstermijn worden geschorst tijdens de periode van tijdelijke werkloosheid. Zij neemt een aanvang van zodra de werknemer het stelsel van tijdelijke werkloosheid heeft verlaten.

Opzegging met aangetekende brief verstuurd tussen 1 maart 2020 en 22 juni 2020:

Voor de werknemer die ontslagen werd na 1 maart 2020 maar nog voor 22 juni 2020, zal de wet geen terugwerkende kracht hebben.

Wanneer zijn opzeggingstermijn reeds is afgelopen op 22 juni, zal deze niet geschorst of verlengd worden. De rechten van partijen zijn definitief vastgesteld onder gelding van de oude wet. De opzeggingstermijn is definitief afgelopen.

Wanneer de werknemer zijn opzeggingstermijn nog aan het presteren is en deze dus nog niet is afgelopen op 22 juni 2020, ligt het anders: de periode waarin de werknemer tijdelijk werkloos is, wordt afgetrokken van de totale opzeggingstermijn.

Concreet betekent dit dat de opzeggingstermijn loopt tot de datum van publicatie van de nieuwe wet, zijnde 22 juni. Vanaf die laatste datum wordt de opzeggingstermijn echter geschorst. Hij zal pas opnieuw beginnen lopen van zodra de werknemer het stelsel van tijdelijke werkloosheid heeft verlaten.

Samengevat: Bij opzegging door de werkgever begint de opzeggingstermijn niet te lopen of wordt hij geschorst bij ziekte, vakantie, e.d. van de werknemer. Dit was niet het geval bij tijdelijke werkloosheid wegens overmacht (zoals nu bij Covid-19).

De wet wordt nu gewijzigd: ook bij tijdelijke werkloosheid wegens overmacht wordt de opzeggingstermijn geschorst.

De wetswijziging geldt vanaf 22 juni, de datum van publicatie in het Belgisch Staatsblad, voor opzeggingen gegeven na 1 maart 2020 waarvan de opzeggingstermijn nog niet afgelopen is. De opzeggingstermijn wordt geschorst en verlengd voor de duur van de tijdelijke werkloosheid.

De opzeggingstermijnen die reeds afgelopen waren voor de inwerkingtreding van de nieuwe wet, blijven definitief afgelopen.