Activering langdurig zieken

Activering langdurig zieken

In een poging om het budget van de sociale zekerheid onder controle te houden, is de regering volop aan het zoeken naar maatregelen die het mogelijk maken om langdurig zieken die nog kunnen werken, beter en intenser te begeleiden naar een geschikte job. In deze context werd het KB betreffende de re-integratie van langdurig zieke werknemers geïntroduceerd. Dit KB, dat in het KB betreffende het gezondheidstoezicht op werknemers van 28 mei 2003 werd opgenomen, is inwerking getreden op 1 december 2016 en bevat een aantal maatregelen inzake de creatie van een re-integratietraject.

Men wil de activering van langdurig zieke werknemers bevorderen door ofwel tijdelijk een aangepast of een ander werk te geven in afwachting van het opnieuw uitoefenen van zijn overeengekomen werk, ofwel definitief een aangepast of een ander werk te geven. Vooraleer dit KB kort te bespreken dient te worden benadrukt dat het KB voorziet in twee uitzonderingen waarbij geen re-integratietraject is voorzien, nl. wanneer er sprake is van een arbeidsongeval of een beroepsziekte.Een re-integratietraject valt uiteen in 3 fases:

Fase 1: opstarten van een re-integratietraject
Het opstarten van een re-integratietraject kan gebeuren op drie verschillende manieren.

1) Ten eerste kan de werknemer, of zijn behandelende arts vragen dit op te starten ongeacht de duur van de arbeidsongeschiktheid.
2) Daarnaast kan de adviserende geneesheer van het ziekenfonds ten laatste 2 maanden na de aangifte van de arbeidsongeschiktheid door middel van een vragenlijst nagaan of de werknemer in aanmerking komt voor een re-integratie. Indien hij tot de conclusie komt dat dat het geval is, zal hij het dossier overmaken aan de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer.
3) Tot slot kan de werkgever zelf ook vragen om een re-integratietraject op te starten en dit ten vroegste vanaf 4 maanden arbeidsongeschiktheid.

Fase 2: re-integratiebeoordeling door de arbeidsgeneesheer
De preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, die in het kader van de regelgeving omtrent welzijn op het werk deel uitmaakt van de interne dienst voor bescherming en preventie op het werk, zal vervolgens de mogelijkheid tot re-integratie samen met de betrokken werknemer onderzoeken. Mits toestemming van de werknemer, pleegt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer eventueel overleg met de behandelende geneesheer van de werknemer, de adviserende geneesheer van het ziekenfonds en andere preventieadviseurs. Na afloop van de re-integratiebeoordeling en rekening houdend met het resultaat van het overleg tussen de verschillende geneesheren neemt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer zo spoedig mogelijk een beslissing. Uit dit onderzoek moet blijken of de werknemer definitief dan wel tijdelijk ongeschikt is voor het overeengekomen werk en of er ander of aangepast werk kan worden gezocht.

De werknemer die niet akkoord gaat met de re-integratiebeoordeling van de preventieadviseur- arbeidsgeneesheer waarbij hij definitief ongeschikt is verklaard voor het overeengekomen werk, kan hiertegen beroep instellen. In dat geval roept de geneesheer sociaal inspecteur van de algemene directie toezicht welzijn op het werk de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer en de behandelende geneesheer van de werknemer samen voor overleg. Tijdens dit overleg nemen de drie geneesheren een beslissing bij meerderheid van stemmen. Bij afwezigheid van de behandelende geneesheer of van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer, of indien er geen akkoord wordt bereikt onder de aanwezige artsen, neemt de geneesheer sociaal inspecteur zelf de beslissing.

Fase 3: overleg werkgever-werknemer en het opmaken van het re-integratieplan
Tijdens deze derde en laatste fase zullen werkgever, werknemer en de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer samen moeten bekijken welke concrete mogelijkheden er zijn voor aangepast of ander werk binnen de onderneming. In voorkomend geval bezorgt de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer het re-integratieplan aan de adviserende geneesheer van het ziekenfonds in het kader van toegelaten arbeid binnen de ziektewetgeving.

Indien de werknemer en werkgever tot een akkoord komen, is er sprake van een re-integratieplan dat indien nodig op een later tijdstip nog kan worden aangepast. Indien dit re-integratieplan er niet komt moet de werkgever uitgebreid motiveren waarom hij geen ander of aangepast werk aanbiedt of de werknemer waarom hij het re-integratievoorstel verwerpt. Heel deze procedure tot re-integratie blijft dus wel degelijk een vrijwillig verhaal. Als de werknemer of werkgever geen mogelijkheid ziet tot re-integratie, zal hij hiertoe niet worden verplicht.

Voor arbeidsongeschikten zonder arbeidsovereenkomst wordt als onderdeel van het KB van 3 juli 1996 ook voorzien in een re-integratietraject gericht op een meer socio-professionele re-integratie. Tijdens deze re-integratieprocedure neemt de adviserende geneesheer van het ziekenfonds het voortouw en werkt hij samen met o.a. de regionale tewerkstellingsdiensten. Als de adviserende geneesheer oordeelt dat iemand zonder arbeidsovereenkomst een bepaalde job aankan, eventueel na een herscholing of een beroepsopleiding, voert hij eerst een medisch-sociaal onderzoek uit. Hij kan het resultaat hiervan samen met een eventueel aanbod van re-integratieplan bespreken met de behandelende arts. Daarna wordt de VDAB gecontacteerd. Om de drie maanden voorziet de adviserende geneesheer opvolging van het re-integratietraject.

De nieuwe regelgeving bevat een lange en gecompliceerde procedure en een aantal aspecten ervan vergen bijzondere aandacht. Zo heeft het KB weinig oog voor de bescherming van de privacy bij de communicatie van individuele gezondheidsgegevens van werknemers. Daarnaast wijkt de voorziene beroepsprocedure af van de normale beroepsprocedure tegen beslissingen van de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer voorzien in het KB van 28 mei 2008. Zo is de nieuwe beroepsprocedure enkel voorzien bij definitieve ongeschiktheid terwijl de normale beroepsprocedure ook mogelijk is wanneer de geschiktheid in verband met het uitgevoerde werk wordt beperkt.

Verder zorgt het vrijwillige karakter van de regelgeving ervoor dat het zeer gevoelig is voor onwillige partijen en misbruik. Wanneer de werkgever of werknemer niet akkoord gaat, zijn er geen sancties voorzien en zal het re-integratieplan niet doorgaan.

Tot slot heeft deze nieuwe regelgeving ook een serieuze impact op het bestaande arbeidsrecht. Er is hieromtrent reeds een wetsontwerp ingediend dat werknemers en werkgevers die in een re-integratietraject stappen de nodige rechtszekerheid moet bieden over de hun arbeidsrelatie tijdens de uitvoering van het aangepast of ander werk. Zo worden o.a. de relatie tussen de eventueel nieuwe en initiële arbeidsovereenkomst, de opzeggingsvergoeding die berekend moet worden indien de arbeidsovereenkomst wordt verbroken en de verplichting tot uitbetaling van het gewaarborgde loon door de werkgever behandeld.

Wij houden u op de hoogte van de verdere ontwikkelingen in deze complexe materie. Wij houden ons graag ter beschikking om u te assisteren bij het opstarten en doorlopen van een integratie-traject en bij het doorvoeren van de nodige aanpassingen in arbeidsreglement en arbeidsovereenkomst.